Sardinië 2017

zaterdag 23 september


Het is tegen negen uur als we wegrijden uit Veghel, richting onze eerste stop plaats Ahrweyler.
Als we daar na twee uur rijden de weg af gaan komen we in de file terecht er is iets te doen in het dorp en op de omliggende wijngaarden.
Geen parkeerplek te vinden en we verlaten Ahrweyler zomaar via een weg, hier vinden we een groot gasthof, dus op naar de koffie.
Daar gaan we dus nooit meer, want een oplos cappucino blieven wij niet.
Vooruit maar, de auto weer in en verder.
Ons lunchadres in Bruchsal is beter, in het slot café smaakt de sommertoast prima!.
Door naar het zuiden naar ons overnachtingsadres, dat is in Schallingen, vlakbij Neuenburg.
Dat lukt niet direct, we komen in het dorp terecht maar kunnen geen verwijzing vinden naar ons gasthaus. Navraag bij een aantal bewoners leidt tot discussie, de één zegt dat we linksom moeten en de ander wil ons rechtsom sturen
We gaan linksom en lijken vast te lopen op een boerenerf, keren maar weer en terug.
Aan een andere dorps bewoner gevraagd en die zegt dat we toch op de goede weg waren, dus maar weer terug via het boeren erf naar beneden en dan een doorgang waar de auto net door kan staan we voor ons overnachtings adres.
We hebben een mooie kamer met balkon en een fraai uitzicht bij haus Am Blauwen Bach .
Dineren kunnen we er niet, maar het advies is om naar Obereggenen te wandelen, daar zijn twee restaurants, die goed zijn.
Dat doen we en belanden bij Am Hirsch, het oudste huis van het dorp.
In het dorp is het doodstil, maar binnen is het vol en alle tafeltjes zijn bezet, gelukkig mogen we aanschuiven bij een ander stel uit de omgeving.
Het eten is er prima en daarna de wandeling bergop werkt alweer spijsverterend.
Nog een glaasje lokale wijn in het pension en dan slapen.



zondag


Rond half tien rijden we weg na een overdadig ontbijt met prima koffie.
Nog even tanken en dan Zwitserland in en door, op naar Italie, cq Genua waar we naar de haven moeten.
We hebben tijd genoeg en gaan als we net in Italie zijn de weg af voor de lunch, dat valt niet mee.
Maar we vinden een open supermarkt en slaan dus maar brood, beleg en iets te drinken in en lunchen uiteindelijk langs de snelweg op een parkeer plaats.
Omdat we tijd genoeg hebben gaan we zo'n 60 km voor Genua van de tolweg af en rijden lokale wegen.
We willen nog wel een cappuccino en stoppen als we door een stadje rijden, waar de farmacie ook open is voor wat paracetamol te kopen.
Bij een bar drinken we even later een prima cappuccino, als Geertje nog even naar het toilet wil stapt ze per ongeluk een chinees gokhol binnen, dat kennen ze daar dus ook.
Door naar Genua naar de haven, dat kost nogal wat moeite om daar te komen, de navigatie stuurt ons ergens heen waar geen ferrie te bekennen is.
Na 5 keer Genua gezien te hebben vragen we het na en en blijkt de navigatie het dus onjuist te hebben en arriveren we in de haven.
Nog wat formaliteiten en kunnen we rond zes uur al aan boord.
Het is toch iets anders als op de Griekse schepen, onze buiten cabine blijkt een stapelbed te bevatten.
We eten aan boord en het eten is niet slecht.
De bedden wel, ik heb één keer slechter geslapen vanwege een bed.


maandag(25gr)
Na gebroken te zijn opgestaan arriveren we rond negen uur in Olbia.
Als we van de boot zijn verlaten we de haven zetten we koers naar het noorden, we hebben tijd genoeg en gaan naar Porto Verco.
Eerst langs een supermarkt voor ons ontbijt dat we langs de weg op een uitkijkpunt verorberen.
Dan verder langs een mooie kustroute naar onze bestemming.
Dit blijkt nogal een toeristische lokatie te zijn, betaald parkeren en heelveel mensen, verder dan wat super dure winkels biedt het eigenlijk niet.
Eigenlijk willen we de bijzondere steen formaties gaan bekijken in het noorden, maar kunnen het eigelijk niet over ons hart verkrijgen om 6 Euro te betalen om naar een geërodeerde steen te kijken.
We besluiten dus maar naar onze bestemming voor de komende zes nachten te gaan, Sa Raiga in Budoni. Op de voucher staat het adres en de navigatie brengt ons daarheen, geen Ra Saiga te bekennen, we rijden wat rond, vragen wat na, maar niemand weet het.
Bij toeval komen we wel bij een plasje waar flamingo's zich laven aan het voedsel dat daar blijkbaar aanwezig is.
Nadat we 5 keer Budoni hebben gezien en verkeerd gestuurd te zijn vragen we de weg aan een mevrouw die het ook niet weet, maar het op zoekt via de website. We gaan annr een volgend dorp voor boodschappen, daar hebben ze gelukkig een bar waar we wat te eten kunnen scoren.
De supermarkt blijkt pas om 4 uur open te gaan, dus maar terug naar Matta e Peru waar de receptie nu wel open is.
We krijgen een biertje als beloning en een leuk appartementje toegewezen.
Prima stekje wel wat ver van restaurantjes ed, maar daardoor ook rustig, we hebben wel op loopafstand een pizzeria gelukkig!
Bij de pizzeria gegeten en ze hadden voor mij een heerlijke dorade met sinasappel, uitstekend en we hoeven dus echt niet ver weg.




Dinsdag(21gr)

Het bed is prima, wat dat betreft niets te klagen, alleen de keiharde regen op het dak de hele nacht was een beetje te veel water.
Na het ontbijt toch maar richting Posada, ondanks de regen.
Posada is een oud stadje met een ruine va een vesting, dat gaan we nu niet doen.
Als we bij een bar aan de goed en goedkope cappuccino zitten begint het er met bakken uit te vallen en voorlopig gaat dat niet stoppen.
Er zit een Oosterijkse mevrouw in de bar die op de fiets is vanaf de camping, die zit hier nog wel even.
Het wordt dus een dagje chillen en lezen, even langs de supermark en tagliatella met zee vruchten halen voor vanavond.
We nemen vanavond even geen risico om naar het restaurant te lopen.
Aan het einde van de middag klaart het toch wat op dus terug naar Posada en omhoog naar het oude stadje.
Het zijn leuke straatjes met spiegelgladde keitjes en niet geschikt voor autoverkeer, maar in Italie scheurt iedereen toch door deze straatjes en parkeert waar het kan.
Nog even het nieuwe gedeelte van Posada verkennen, dat stelt niet zo heel veel voor, dus maar terug naar Sa Raiga en lekker lezen.
Wijntje erbij en lekker de gekochte maaltijd eten, wat kaas raspen en het smaakt zowaar Italiaans.


woensdag (22gr)

Na het ontbijt rijden we richting Cala Gonone een badsplaats net voorbij Dorgali.
We gaan de wandeling doen naar Cala di Luna een wandeling langs de kust naar een wonder mooi strand.
Het blijkt dat we niet de enige zijn omdat te doen, er staan behoorlijk wat auto's geparkeerd aan het startpunt.
Na 500 meter wandelen over de asfaltweg, stopt het asfalten beginnen aan een afdaling via een stenen trap de kloof Codula Fuili in.
We steken de droge rivierbedding over en aan het wandelpad, nou ja, wandelpad! We beginnen met een klauterpartij tegen de helling op veelal door bossage, zoals Fenicische jeneverbes, zodat je weinig van de omgeving ziet.
Het is best een pittig pad met veel steenslag en het is steeds goed opletten waar je je voeten zet.
Na een tijdje komen we aan bij een karstgrot, Grotta Oddoana, vanaf hier gaat het glibberig naar beneden, van een pad is even geen sprake.
Verderop gaat het omhaag en komen we op de Frunu Nieddu (zwarte heuveltop) en inderdaad de bodem is hier zwart inplaats van het witte karstgesteente.
Vanaf deze top zie je voor het eerst het Cala di Luna, hierna volgt een steile afdaling naar het met oleanders begroeide dal, de Codula di Luna.
Opgestuwd zeewater heeft voor het strand een meertje gevormd (stagno) met brak water.
Langs een bar restaurant, ja ook hier, kom je bij het strand dat druk bezocht wordt.
Het lichte kalksteen heeft qua kleur iets weg van de maan, vandaar de naam van dit strand.
Er is een steiger en luilakken kunnen met de boot terug, wij gaan na onze lunch, stokbrood met sardines echter weer gewoon het wandelpad trotseren.
Na zo'n 2,5 uur klauteren zijn we weer terug bij de auto.
Op de terugweg kopen we een biertje bij de supermarkt en snel terug naar Sa Raiga om te douchen en het biertje als beloning.
Deze avond steken we weer over naar de pizzeria aan de overkant en eten een prima pizza.
Dat wordt niet laat naar bed vanavond!


Donderdag (24gr)

Na zo'n luie elf uur te hebben geslapen staan we op voor het ontbijt op ons terras.
Dan rijden we via provinciale wegen richting het noorden naar San Teodoro.
We beginnen in het centrum, vrij klein en weinig te bieden, wel een goed cappuccino en leuke winkeltjes, ik kop er nog een schippersshirt.
Dan even naar de haven, dat blijkt een jachthaven in aanbouw, waar dus helemaal niets is, dus terug naar het dorp dan maar.
Omdat we vrij laat zijn zoeken we een adres om te eten.
Na enige tijd en wat zoekwerk kiezen we voor een in onze ogen aardig restaurantje, Galuse geheten. Het ziet er gezellig uit en de eigenaar is aardig, we bestellen een mixed grill en een salade, met water en witte wijn.
Als het wordt geserveerd is het een aardige portie.
Jammer dat het meeste vlees nogal aan de taaie kant is en het rundvlees slechts een dun bruin laagje kent en vooral uit zeen bestaat, dat gaan we niet weg krijgen.
Na deze eetmisser gaan we richting La Cinta, een kilometers lang strand dat één van de mooiste van Italie is.
Dat klopt en dat is te zien aan de massa mensen, verkopers en afgezette stukken met strandbedden.
Wij gaan voor de wandeling langs het strand richting moerasland, Stagno di San Teodoro, met de mogelijkheid om flamingo's te spotten.
Als we de drukte achter ons hebben gelaten duiken we door de duinen richting het stagno, we zien echter geen flamingo!
Wel een bende aalscholvers en één éénzame meeuw op de stenen in het water.
We staaken onze zoektocht en nemen een bad in het aangename zeewater.
Op de weg terug naar Sa Raiga kopen we wat lokale kaasjes en brood als avondmaaltijd.

vrijdaq (28gr)

Vandaag gaan we richting Ponte sa Barva om de wandeling naar Sa Curtigia de Tiscali te gaan doen.
Natuurlijk rijden we eerst verkeerd, maar dan vinden we de juiste weg naar het dal van waaruit de wandeling begint.
We zijn zeker niet de enige als we beneden op de parkeerplaats aankomen, een parkeertarief van 6 Euro is heel wat in de wildernis, volgende keer doorrijden over de grindweg en 500 meter verder ergens parkeren.
Maarja het is gebeurd en we pakken onze rugzakken, trekken onze bergschoenen aan en gaan op pad.
Volgens de ANWB gids is het een moeilijk pad, maar buiten het eerste stuk, Scala de Surtane dat is klauteren, vinden wij het wel gemakkelijk, beter althans dan het pad naar Cala di Luna.
Ook het laatste stuk is ook pittig, over een richel van het bergplateau, die vrij smal is en alleen klauteraars gaan daar langs.
Dan nog wat treden naar beneden en aan de bewaker van deze onderwereld betalen we twee euro en we mogen de doline, want dat is het, binnen.
Het is een enorme druipsteengrot die in de prehistorie is ingestort en de Nuraghe hebben onder de beschutting van het afdak een dorp gebouwd, de resten hiervan zijn nog zichtbaar.
Een deel van de doline is bijzonder groen voor deze omgeving, vijgenbomen, pluimessen en terpentijnbomen.
Na onze rondgang door de doline weer terug naar de parkeer plaats, deze afdaling valt ook reuze mee.
Nog even langs de supermarkt voor het avondeten en dan terug naar ons stekje.
Een welkome warme douche en we kunnen er weer tegen.




zaterdag (26gr)

Het is al weer zaterdag onze laatste dag bij Sa Raiga en we beginnen met een was in de aanwezige wasmachine.
Als deze draait gaan we nog even naar San Teodoro om wat sieraden voor Geertje te kopen.
Eerst natuurlijk een cappuccino op het plein achter de kerk, waar het goed toeven is.
Dan op sieradenjacht, daarin slagen we wonderwel.
Terug naar Sa Raiga om de was op te hangen, even lunchen en dan op naar het strand, dat is wel 300meter lopen.
Het is heel rustig op het strand en we zetten ons werptentje op, stoeltjes uitklappen en genieten.
Het zilte zeewater is wat woelig en verkoelend, maar éénmaal door is het heel aangenaam.
Aan het einde van de middag zijn we weer opgedroogd en uitgewaaid en gaan terug naar ons stekje om de droge was op te bergen.
We gaan vanavond in Posada eten en hebben de trattoria van Marco en Caterina uitgezocht, dit blijkt een aanrader te zijn!
Geertje besteld een enorme kalfsfilet en ik een mixed grill van vis, echt goede kwaliteit.
Hadden we eerder moeten weten, maarja wie weet wat de rest van de vakantie nog voor ons in petto heeft.



zondag (23gr)

Na het ontbijt pakken we alles in en nemen afscheid van Sa Raiga, we hebben een mooie route uitgezocht, via de bergen.
Eerst een stukje snelweg en dan de afslag naar Sant Anna, een groen aangegeven route en fat blijkt, het is echt een hele mooie route.
We doen hem zelfs twee keer omdat ik mijn splinternieuwe Lowa's heb laten staan.
Maar dat mag de pret niet drukken en we stoppen even onderweg langs de berghelling waar mensen jerricans met water vullen uit een bron, het is geen holy water, maar goed water.
Door naar boven, Sant Anna stelt niets voor, dus maar door.
Omderweg naar Lulla stoppen we op grote hoogte bij een bar restaurant voor nog een cappuccino, het is er heerlijk en het uitzicht is prachtig.
We babbelen even met een Braziliaanse en haar Zwitserse man en wisselen wat informatie uit.
Dan echt door naar Lulla, daar lopen we vast in één of ander feest en we worden terug gestuurd, met wat geluk vinden we een weg om het dorp heen.
We wilden hier lunchen, maar dat wordt het niet, dus op naar Bitti een stadje verder.
Ook daar lopen we vast, een markt oid en hier lukt het niet er omheen te rijden, een stuk terug dus en via de snelweg dan maar richting Gavoi, onze eindbestemming.
Dit gaat beter en we zitten op de juiste koers, wel even van de route af om in Mamoida, daaris het rustig!!, even een broodje met witte wijn voor de lunch weg te werken.
Van daaruit kunnen we richting Gavoi, mooi binnen door.
Als we Gavoi binnen rijden stuurt de navigatie ons een weg in, maar niet de goede en we doen 4 rondjes op een plek waar we niet moeten zijn, een weg te vroeg gepakt blijkt!
Als we de juiste weg in slaan gaat het goed en komen we uit bij Sa Posada ons adres voor de komende drie nachten
Het adres ziet er een beetje chabby uit, een verveloze deur met een klopper en alle luiken zijn dicht.
Na een paar keer te hebben geklopt komt er geluid van om de hoek en een klein vrouwtje verschijnt.
Ze wenkt ons als de heks (grapje) bij Hans en Grietje en we moeten naast het huis een trap af om een verdieping lager te worden ontvangen.
Hier komt de kennis van de Franse taal van Geertje goed van pas.
We hebben een kamer met balkon(netje) met uitzicht op het stuwmeer in de verte.
Ons half pension wordt voor het diner uitgevoerd door de Trattoria schuin tegenover, vanaf 8 uur zijn we daar welkom.
We verkennen Gavoi en dat is in één woord "slaperig"!
Terug naar SaPosada wat lezen en chillen tot we kunnen gaan eten.


maandag (21gr)

Na een ongekend ontbijt, zo'n tafel heb ik nog nooit gezien bij het ontbijt gaan we op stap.
Op aanraden van de ober van gisterenavond rijden we naar monte Sarda, we gaan vandaag de Punta la Marmora beklimmen, maar eerst proberen we Bruncu Spina, dat lijkt ook een mogelijkheid.
Bij Bruncu Spina lopen we vast op een hek dat de weg verspert en kunnen we niet verder, er is ook geen aanduising dat we goed zitten hier.
Dan maar naar monte Sarda, daar komen we uit op een grindpad en parkeren daar de auto, spullen gepakt en het pad naar boven, dat loopt ook vast op een hek, verkeerd dus!
We kijken rond, maar kunnen geen route ontdekken.
Dan maar de anwb gids volgen en we rijden naar Desulo, waar je volgens het boekje kunt starten.
Ook daar is het nog wel even zoeken, maar uiteindelijk komen we dan toch bij de berghut waar het startpunt ligt en er inderdaad een route met rood witte begeleiding is .
Deze route is goed te wandelen, alleen de laatste 100 meter stijgen is weer echt pittig klauterwerk.
Maar de beloning wacht op 1834 meter hoogte een schitterend uitzicht.
Omdat het hier nogal waait zakken we wat af en nuttigen onze ciabatta met salami in de luwte, wel met een schitterend uitzicht.,br> De tocht naar beneden gaat een stuk sneller, heen ca anderhalf uur en terug binnen het uur.
op de terugweg slaan we af bij een bord met de vermelding van een Nuraghe dorp, dat vinden we niet, wel vinden we de domos van Jannas, wat dat ook moge zijn.
Het restaurant is vandaag gesloten dus eten we bij SaPosada zelf in een gezellige ambiance, eerst een aparitief met de eigenaren met wat lokale snacks.
Dan het diner, waarbij Lorella de soep en ravioli verzorgt vergezeld van een rode wijn en de heer des huizes uiteindelijk een giga schaal met aardappelen en lamsvlees op tafel zet, alles allemaal teveel!
Er wordt afgesloten met grappa en myrte, zelf gestookt.


dinsdag (25gr)

Na een wederom overdadig ontbijt rijdt onze gastheer voor ons uit om ons naar het startpunt van de meer naar meer route te brengen.
We parkeren onder een restaurant, tegen een slagboom aan zowat en kijken op de stuwdam van het stuwmeer dat bij Gavoi ligt.
Hier start de wandeling die eerst naar beneden gaat en dan anderhalf uur redelijk vlak verloopt.
We lopen als het ware hoog door de kloof van de rivier die uit het stuwmeer, dat voor de elektriciteits voorziening is, wordt gevoed.
De temperatuur begint op te lopen en het traject ligt overwegend in de zon.
Het is wel een mooie wandeling en we zijn de enigen, verder niemand te zien.
Na zo'n anderhalf uur is er een steile afdaling richting rivier, die steken we over en dan weer even omhoog tot aan een hek.
Achter het hek is de asfaltweg die naar het meer loopt dat we ook zien liggen.
Vanaf hier besluiten we terug te gaan en zien de route dus van de andere kant.
Rondwandelingen zijn schaars op Sardinië.
Als we tegen twee uur weer terug zijn rijden we terug naar Gavoi en eten een chiabatta en salade in een bar.
Dan terug naar de kamer wat lezen en douchen, vanavond weer eten bij de Trattoria aan de overkant.



woensdag (25gr)

Na weer een giga ontbijt nemen we afscheid van lorella, die ons niet graag laat vertrekken, maar we gaan toch.
Het eerste stuk voert over een prachtige route naar Tonara, we hebben de hele dag dus doen rustig aan.
Onderweg tappen we water bij een tappunt, die heb je hier veel op Sardinië, zodat je eigenlijk geen water hoeft te kopen.
We proberen onderweg nog wat Nuraghi te scoren, maar ondanks dat we op een Nuraghi route rijden zien we er geen!
Na Tonar gaan we richting Laconi, eerst nog door de bergen en later komen we op een hoogvlakte, waar bergen groen zijn is de hoogvlakte geel een droog.
Na Laconi rijden we richting Sanluri, daar willen we eigenlijk lunchen, maar we vinden geen enkele eetgelegenheid.
We besluiten dus door te gaan naar San Gavino Monreale en parkeren de auto en wandelen richting centrum.
Daar is een bar pasteria, die niets te eten heeft, een bar die alleen donuts heeft en een gesloten pizzeria.
Bij de lokale groentenman kopen we wat van het rode goud, ëén gram safraan.
De beste man verwijst ons door naar Villacidro daar is een bar restaurant bij het station.
Met een omleiding vanwege werkzaamden naar Villacidro, het genoemde eethuis is gesloten. Eigenlijk niet moeten doen dus, de tosti is maagzuur opwekkend blijkt later die dag.
Het blijkt in dit land soms wat moeilijk te zijn om een leuk adresje voor een gewone lunch te vinden.
Via een omweg langs een supermarkt in Iglesias gaan we richting onze agriturismu, de navigatie stuurt ons letterlijk de wei in, dat pikken we niet en gaan terug de harde weg op.
Door een langere route komen we uiteindelijk bij el Paradiso, in de middle of nowhere!
De ontvangst door Silvia is een beetje stroef boers, maar uiteindelijk blijkt de kamer best mee te vallen.
Als we die avond gaan dineren is er Fransesca, die spreekt een beetje Engels, we zijn de enige gasten vanavond, maar het diner is geweldig.
Na het toetje, de myrte en limocello slapen we uitstekend.


donderdag (25gr)

Ook hier zal je ons niet horen klagen over het ontbijt, het is wel heel veel zoetigheid.
Na het ontbijt gaan we richting Villamassargia, naar het station.
Met hulp een een aardige jongedame halen we de treinkaartjes naar Gagliari uit de automaat.
De trein brengt ons in zo'n 3 kwartier naar het kopstation in het centrum van Gagliari.
Vanaf het station vinden we na het raadplegen van onze plattegrond de weg naar boven naar de oude wijk Castello.
Eerst doen we de Mercato santa Chiara aan, een kleine overdekte markt met een visboer, een slager en verder lokale producten, natuurlijk pecorino.
De kerk Santa Chiara zelf is gesloten, waarom kunnen we niet achterhalen.
Verder onhoog naar de Torre dell Elefante, een vestingstoren die aan de achterkant open blijkt te zijn.
Door een hoge poort met een inposant valhek betreden we de wijk Castello.
Voor ons zien we de Pisiaanse verdedigingsmuur, schier onneembaar en alleen te nemen door de verdedigers uit te hongeren.
Dat lukte de Aragonezen die in 1324 begonnen met de belegering en in 1326, twee jaar later dus, succes hadden.
Boven gekomen komen we op de Via Santa Croce, een fraai terras geeft uitzicht over de benedenstad.
Wij drinken een cappucinno op een terras net achter de Via Santa Croce, met ook een schitterend uitzicht.
De basilica di Santa Croce is wat verderop, die werd gebouwd op de fundering van een oude synagoge, hier lag in de middeleeuwen de joodse wijk, totdat de Spanjaarden in 1492 alle joden verdereven.
We wandelen door de oude wijk met zijn smalle straatjes en hoge huizen, kijken even bij de domkerk Santa Maria di Castello binnen, maar daar is net een bus toeristen geland.
De dom is de moeite waard, zijn preekstoel stamt uit 1159, behoorlijk oud dus!
Oorspronkelijk ruste de kansel op 4 leeuwen, die echter in 1670 resoluut werden los gezaagd en herplaatst voor het grote koorhek.
Tegenover de dom staat het Palazzo di Citta, het oude raadhuis van de stad van tweede helft 18e eeuw, de gewelven stammen echter uit de middeleeuwen.
We gaan terug naar ons koffie terras, waar we als lunch, hier kan het wel, een prima salade eten, met eem mooi glas wijn erbij.
Na deze lunch wandelen we naar beneden en bekijken de beneden stad, dan weer naar het station, nu zonder hulp de kaartjes scoren en terug met de boemel naar Villamassargia.


vrijdag (24gr)

Vandaag gaan we naar het schiereiland Sant Antioco, maar eerst doen we Carbonia aan, dat is het italiaanse woord voor steenkool.
Carbonia is gesticht in 1938 door Mussolini tbv de mijnwerkers, die moesten ergens wonen.
We zoeken naar de Sebariu mijn die in 1970 is gesloten en waar nu een deel van is opgeknapt.
Het is een inmens groot complex aan de rand van Carbonia met een tweetal lift torens, bij de ingang komt net iemand aanrijden, die verteld dat het terrein gratis toegankelijk is.
Hij brengt ons eerst even naar de bar voor een cappuccino, die smaakt daar prima.
Hierna verkennen we het terrein en stuiten daarbij op een oude stoomloc die de naam Breda heeft.
Na een dik uur te heben rond gekeken hebben we het wel gezien en gaan we richting Sant Antioco, naar de gelijknamige stad.
Die heeft zijn ontstaan te danken aan de Euboiërs (Grieken en Feniciërs) die daar de handelspost Sulki oprichtten.
In de middeleeuwen werd het omgedoopt tot Sant Antioco, één van de eerste martelaren van het Christendom.
We wandelen wat door het stadje en als het lunchtijd is vinden we aan de boulevard een leuk terras waar we mosselen eten.
Na de lunch gan we richting de zuidwest kant van het eiland op zoek naar een strand.
Het is ondertusssen behoorlijk gaan waaien en de zee is bijzonder woelig.
Na wat stranden te hebben gezien besluiten we naar de ZuidOost kant te rijden, hier is de zee en stuk rustiger en Geeryje trekt haar baantjes.
Ik wordt intussen gezandstraalt op het strand dat zwart zand heeft, het zelfs in mijn oren!
Na het zwemmen gaan we naar de opgraving van Sulki aan de rand van Sant Antioco, althans dat willen we.
Het vergt weer een uur of wat aan zoekwerk voordat we het vinden.
Aan het loket blijkt dat er verschillende opties zijn, behalve het spreken van Engels, we kopen twee tickets, één voor de Tophet en ëen voor necro...., althans dat denken wij!
Eerst met een begeleider naar de tophet het deel waar de god Baal werd aanbeden en er urnen met beenderen van kinderen en dieren werden begraven, dit als offer.
ca 10 minuten voor 4 Euro pp, wij zeggen niet doen! Loop langs de buitenkant en je ziet bijna net zoveel, maar dan gratis.
Toen op zoek naar het necropolis, eerst niet te vinden, verkeerde straat.
Na het te hebben gevonden blijken we kaartjes te hebben voor het etneologischmuseum, niks ondergrondse graven.
Een ruimte met, van zoek het zelf maar uit, boerenwerktuigen en alles in het italiaans, jammer! Totaal 13 Euro weggegooid!
Na deze teleurstelling wordt het goedgemaakt door een aantal flamengo's die we spotten op de dijk terug naar het vaste land.

zaterdag (24gr)

Vandaag gaan we het mijnbouw gebied in, we beginnen in Nebida, waar de sporen van de mijnbouw goed zichtbaar zijn.
Eerst een cappucinno op piazza de Belvedere en dan een rondje over de panoramaroute, die vergeven is van de lege bierflessen en ander rommel.
De panoramaweg is mischien 700 meter en aan het einde gaan we een pad in dat naar beneden leidt, daar komen we bij de fabriek waar erts werd gespoeld, die is met een hek afgesloten.
We gaan door en via een mooie route met twee tunneltjes komen we na wat klauterwerk weer uit in het dorp.
Door langs de kust route die erg mooie uitzichten geeft.
We lunchen op een leuk terras in het vissersplaatsje Buggeru een combi visplateau met mosselen, tonijn, harder, octopus en grote alikrukken, salade en frieten erbij, heerlijk!
Geertje duikt bij San Nicolao nog even de woelige zee in, ondanks de rode vlag!
Van hieruit kunnen we nog even een wandeling maken naar Porto Flavia een toeristische trekpleister.
Porto Flavia is een fascinerende haven aan de westkust van Sardinië, het thuis van een voormalig mijncomplex.
De bijzondere locatie van de verlaten mijnen, uitgehouwen in de kalkstenen rotsen recht boven de zee.
In 1923 werd deze bijzondere zeehaven gebouwd.
De haven ontleent zijn naam aan de dochter van de architect die het ontworp, Cesare Vecelli.
Via een mooie groene haardspeldbochtenrijke route rijden we terug naar het Paradiso.
Die avond zijn er twee belgen uit Essen, die ook neerstrijken in het Paradiso en we wisselen wat vakantie info uit.

zondag (24gr)

Na het ontbijt nemen we afscheid van Fransesca en we vertrekken richting het Noorden.
Bij de poort komen we toevallig de vader nog even tegen een reïncarnatie van Hans Boskamp, maar die we wel als gezellig person hebben ervaren.
Elke avond even een babbeltje in het koeterwaals.
Ook van Hans nemen we afscheid en we gaan richting Iglesias, daar pakken we een groene route richting Guspini.
In Arbus stoppen we voor een onvermijdelijke cappucinno, de mooiste tot nu toe.
Hierna komen we op de hoogvlakte, dat is zeker niet het mooiste deel van de route.
Het schiet wel wat sneller op, lange rechte wegen zoals in de NoordOostpolder.
In Terralba, dat zich voordoet als wijnstadje, willen we lunchen.
Alle restaurants zijn gesloten en bij de gelegenheden, zoals een bar verkopen ze alleen maar de maagzuuropwekkende tosti's
Dat doen we maar niet, als we terug komen bij de auto zien we net om de hoek een soort bruin café terras, even kijken en waarempel we kunnen er eten.
Een prima salade met gebakken aardappelen en inderdaad een mooie wijn erbij!
Door naar onze eindbestemming van vandaag, Sinis schiereiland.
Op de route scoren we nog wat flamengo's en kraanvogels in een lagune en dan via een brug het schiereiland op.
We hebben Sa Pedrera snel gevonden, geen zoekwerk deze keer, en het voldoet direct aan de verwachting, rond een groene kern mooi gelegen kamers in een u-vorm.
De ontvangst is vriendelijk en er staan twee fietsen voor ons klaar.
We pakken uit en gaan de fietsen even uit proberen door naar de punt te fietsen waar het een zondagse drukte van belang is.
Op de punt ligt Thassos een opgraving die bewaren we voor morgen.
Terug in het hotel treffen we de baas, die ons verder informatie verstrekt, de fietsen zijn voor nu even gratis, maar verder zijn ze te huur voor € 15 pppd.
Dat gaan we wellicht morgen doen!
We eten in het hotel, het voldoet net niet aan de verwachtingen.

maandag (24gr)

Vandaag na het ontbijt staan de fietsen op ons te wachten, het hotel heeft ons lunchpakket verzorgt en we fietsen weg, richting Tharros, de opgraving op de punt van het schiereiland.
We kunnen fietsen totaan de ingang van de site en kopen een combiticket voor de site, de toren en het museum.
Eerst doen we de toren en klauteren naar boven, vanuit hier heb je een prachtig uitzicht over de omgeving.
Daarna terug naar de ingang van de site, we krijgen een route beschrijving mee die we volgen.
Deze site is vele malen mooier dan die van Sulki.
De stad Tharros werd rond 730 v.C. gesticht door de Feniciërs op de landtong Capo San Marco, die een veilige ankerplaats bood voor vrachtschepen uit het Middellandse-Zeegebied.
Rond de 6de en de 5de eeuw v.C. was Tharros een bloeiende haven geworden en deze welvaart bleef in de Romeise tijd bestaan, vanaf 238 v.C.
Tot nu toe is slechts een derde deel opgegraven.
De zuid sectie omvat de Punische en Romeinse stad, met baden, huizen en heiligdommen.
In het noorden liggen de Tofet, het nuragische dorp Murru Mannu en de Romeinse muren.
Na de site fietsen we door, we willen omhoog en naar het einde van de kaap, Capo San Marco, naar de vuurtoren.
Dit blijkt toch een beetje te steil, dus we parkeren de fietsen tegen een hek en wandelen verder.
de vuurtoren blijkt een militair object, daar kunnen we dus niet bijkomen.
Terug dus maar, als we beneden komen blijkt Geertje een stuk van de standaard van de fiets te zijn verloren, ik fiets dus terug over het hellepad en weet het ding te vinden.
Weer naar beneden en richting het strand bij Mare Morto, lekker rustig strand en kalm water.
Onderweg zien we nog één van de laatste vissershutten van stro, die moet even op de foto.
Na wat gespartel in zee fietsen we via Funtana Meiga waar echt niets te beleven is, dan hebben we al weer een natte rug, terug richting hotel.
We slaan nog even af naar Sa Salvatore een soort van ghosttown, waar wel een barretje is, als we wat willen drinken en te fiets op het terras zetten wordt ons onvriendelijk verteld dat dat niet gewenst is.
Vriendelijk bedanken we en gaan onze klandizie ergens anders botvieren.
Bij het hotel maken we nog even gebruik van de jacuzzi, watermassage!
Omdat het restaurant vandaag gesloten is rijden we naar Cabras om te eten, dat blijkt niet eenvoudig, alleen de barretjes zijn open en alle erstaurants gesloten.,br> We besluiten naar Tharros terug te rijden daar zijn wat restaurantjes, daar is er ook één open, La Playa, waar we kunnen eten.
De kaart is wat beperkt, maar het eten is prima en de wijn smaakt goed.

dinsdag (25gr)

Op pad richting de stranden van het schiereiland Sinis, we beginnen met Maimoni, eerst een stuk asfalt- en dan een groot deel dirty raod.
Het is er erg rustig en over een plankier kunnen we via een soort van duinen naar het strand, dat ook hier al bestaat voetstrelend grof zand.
Er zijn twee horeca gelegenheden en we wandelen eerst langs de weg naar de verst gelegen want waar de auto staat is gesloten.
Natuurlijk is de andere ook niet open en via het strand lopen we terug naar de auto.
Als ervaren jutters sporen we de vloedlijn af en waarachtig we vinden zomaar een behoorlijk stel munten en Geertje scoort wat sieraden.
Een mooie vangst om de dag mee te beginnen.
Verder over de stoffige weg langs het strand naar het noorden, het zijn afwisselend mooie stranden en erg rustig.
Behalve bij Is Aruttas, daar is het behoorlijk druk, maar dit staat dan ook in alle gidsjes.
Via een omweg moeten we naar Mari Emri, om één of andere reden kunnen we niet verder langs het strand, afgesloten weg.
We kunnen tot Portu Sueda, maar daar wordt de weg zo erbarmelijk slecht dat we maar even omrijden naar Putzu Idu, daar vinden we eindelijk een open restaurantje, waar we heerlijk vis eten.
Boven Putzu Idu heb je een mooi strand, langzaam aflopend, dus goed voor kinderen, daar nemen we een duik.
Aan de andere kant van de weg langs het strand ligt een deels opgedroogd zoutmeer, waar we een aantal flamingo's en kraanvogels spotten.
Dan terug naar ons hotel, geen jacuzzi vandaag die is bezet.
Eten doen we in Cabras een prima pizza quatro stazione met een salade erbij.
Nog even een kaartje leggen op ons terras en naar bed.


woensdag (24gr)

Als we wakker worden zien we dat al tegen half tien is, snel naar het ontbijt dus!
We bezoeken vanmorgen het museum, Museo Archelogico "G. Marongonia", in Cabras.
Het museum bevat diverse onderwerpen die zijn gevonden op het Sinis schiereiland op diverse lokaties.
De site van Cuccuru Is Arrius met voorwerpen oa vazen en schalen van 5000 voor Christus.
Ook van een Nuraghi site genaamd Sa Osa, met grote beelden van strijders en boxers.
En van Mont'e Prama een necropolis, met 30 graven en 5000 stenen fragmenten, die pas is ontdekt in de jaren 70 van vorige eeuw.
Natuurlijk ook van Tharros, waar ook een Tophet met kruiken is gevonden, bevattend asresten van kinderen en dieren. Als laatste zijn er delen van een romeins scheepswrak uit ca 100 jaar voor christus te zien en een deel van de lading, lood broden die per stuk 33 kg wegen.
Het schip vervoerde zo'n 100 van die lood broden, vanuit spanje richting Rome, die hoeveelheid is natuurlijk vragen om problemen.
Na het museum wandelen we nog eens door Cabras, dat niet echt veel te bieden heeft, drinken een cappucinno en kopen bij de supermarkt e.e.a. voor de lunch.
Op de terugweg naar ons hotel landen we nog even in de ghost town San Salvatore, dat is echt een doods dorp.
De middag brengen we door in de tuin van het hotel lekker lezen in de zon onder de olijfboom!.
Het is vandaag onze laatste hele dag hier op Sardienië.


donderdag (22gr)

Na het ontbijt langzaam richting Olbia, vandaar vertrekt de ferrie naar Genua.
Maar onderweg willen we ook nog wat bezoeken, als eerste wordt dat de archeologiachw sit van Santa Christina.
De archeologische site van Santa Cristina bestaat uit drie verschillende delen die in de setting van een natuurpark liggen dat door de gemeente Paulilatino gecreëerd is.
Het belangrijkste deel van de site bevindt zich om en rond het heiligdom zelf.
Een waterput uit de nuraghe-tijd is een juweeltje in architectonisch opzicht, hoewel de bovengrondse structuren geheel verdwenen zijn en alleen de ondergrondse delen nog te bezichtigen zijn.
De ondergrondse kamer van de put is rond en het gewelf is in een koepelvormig gewelf (tholos) opgezet, en is 6.9 meter hoog.
De vorm van de ingang is een trap die in een driehoekige vorm is opgebouwd.
Put en trap zijn gebouwd met mathematische precisie wat de hele structuur indrukwekkend maakt.
Het tweede deel bestaat uit de meer recente kerk van Santa Cristina en de kleine huisjes (cumbessias) waar meerdere keren per jaar dagenlange religieuze feesten werden gehouden.
Voor het verblijf aldaar bouwden sommige families een klein onderkomen voor de nacht.
Het derde deel tenslotte is het nuraghe dorp, een honderd meter verderop, rond een enkele ronde nuraghe.
Bijzonder zijn de lange hutten in basaltblokken gebouwd waarvan de functie nog onbekend is.
Deze langwerpige hutten zijn van een latere tijd. Na het bezoek koersen we richting Bosa, een van de kleurrijke plaatsjes van Sardinië, gebouwd tegen een heuvel aan de westkust van Sardinië.
De rivier de Temo stroomt door de stad, waarna deze bij het nabijgelegen Bosa Marina uitmondt in zee.
Vanaf de boogbrug uit 1871 heb je prachtig beeld over de kleurrijke huisjes, het kasteel bovenop de heuvel, de vissersbootjes en de statige panden aan het water, met palmbomen die zachtjes wuiven in de wind.
De oude stad bestaatuit smalle straatjes waar je heerlijk doorheen kunt struinen.
Ondanks dat het een prachtig stadje is, zijn er maar weinig toeristen.
We lunchen er op een terras op een pleintje een grote salade en friet.
Om een uur of drie gaan we echt naar Olbia waar de ferrie op ons ligt te wachten.


Vrijdag

Tegen half negen zijn we aan in Genua, vanacht redelijk geslapen, we hadden gelukkig een hut met twee, kleine, normale bedden.
Het kost wel weer drie kwartier om de haven af te komen, maar dan zitten we vrij snel op de tolweg naar het noorden.
We kunnen goed doorrijden en besluiten in zwitserland te kijken voor de lunch en draaien af na de Gotthardt tunnel naar het dorp Altdorf.
Eerst proberen we het bij twee konditoreien, maar daar kunnen we niet met een kaartje betalen.
Na enige omzwervingen komen we terecht op het terras van het sumup restaurant, daar kunnen we eten en met een bankpas betalen, dat wordt dus een thaise lunch, die overigens prima smaakt.
Dan door naar duitsland, bij Basel loopt een paard op de weg, daar kunnen we nog omheen, maar verderop in Duitsland komen we weer in een verkeersinfarct terecht en twee uur later dan gepland komen we bij ons pension terecht.
Dat maakt weer veel goed, onze kamer bij pension Betthupferl blijkt een splinternieuwe vakantiewoning te zijn, dat is dus boffen.
Op aanraden van de pension eigenaar eten we een schnitsel bij Chaplin, met een lekker glas Riesling erbij.
We slapen die nacht heerlijk in ons appartement.
Morgen door naar huis, na een onvergetelijk mooi ontbijtbuffet.